Interactive
Gebruik
- De
InteractiveBuilding Block maakt een object interactief binnen je scenario. - Een
Interactiveis te koppelen aan een doelobject (Collider). - Combineer met de
Workflowom interacties aan te sturen. - Gebruik meerdere
Interactiveblocks om een stappenplan op te bouwen.
Instellingen
De Interactive bestaat uit de volgende onderdelen:
- On Start
- Collider
- Label
- Line
- Highlight
- Behaviour
- Distance Triggers
- Freeze Axis
- Override Objects
On Start
Bepaalt de beginstatus van het object wanneer het scenario start.
| Property | Beschrijving |
|---|---|
| Visible | Object is zichtbaar bij start |
| Highlighted | Object wordt visueel gemarkeerd |
| Enabled | Object is direct interactief |
Collider
Bepaalt waar het object geplaatst moet worden.
| Property | Beschrijving |
|---|---|
| Target | Het object waar deze interactive op geplaatst moet worden |
Instellingen worden automatisch overgenomen als deze al op het doelobject aanwezig zijn.
Zie Collider voor meer informatie.
Label
Wordt gebruikt om een label te tonen bij het aangegeven object.
| Property | Beschrijving |
|---|---|
| Origin | Het object waar de label aan gekoppeld is |
Instellingen worden automatisch overgenomen als deze al op het doelobject aanwezig zijn.
Zie Label voor meer informatie.
Line
Toont een visuele hulplijn tussen objecten.
| Property | Beschrijving |
|---|---|
| Target | Het object waar de lijn aan gekoppeld is |
Instellingen worden automatisch overgenomen als deze al op het doelobject aanwezig zijn.
Zie Line voor meer informatie.
Highlight
Bepaalt hoe het object visueel wordt benadrukt.
| Property | Beschrijving |
|---|---|
| Color Override | Overschrijft de highlight kleur |
| Outline | Toon een outline |
| Fill | Vul het object met kleur |
Behaviour
Gedrag van het object tijdens interactie.
| Property | Beschrijving |
|---|---|
| Return To Origin | Object keert bij loslaten terug naar beginpositie |
| Return Delay | Tijd in seconden voordat het object terugkeert |
Distance Triggers
Bepaalt wanneer het doel zichtbaar wordt op basis van afstand tot het object.
| Property | Beschrijving |
|---|---|
| Distance Triggers | Lijst van afstandsgebaseerde triggers |
Freeze Axis
Beperkt beweging of rotatie van het object.
| Type | Opties |
|---|---|
| Position | X, Y, Z |
| Rotation | X, Y, Z |
Beweging en rotatie worden beperkt op basis van de lokale assen van het object.
Override Objects
Hiermee kun je bepalen welke objecten gebruikt worden voor zichtbaarheid, highlighting en collisions.
Visible Objects
Objecten die zichtbaar blijven of worden
Highlighting Objects
Objecten die worden gemarkeerd
Colliding Objects
Objecten die als collider gebruikt worden
| Property | Beschrijving |
|---|---|
| Add | Voeg object toe |
| Include Children Objects | Neem child objects mee |
Acties
De volgende acties zijn beschikbaar:
- Enable
- Disable
- Make Visible
- Show Highlight
- Hide Highlight
Enable
Maakt het object interactief.
Disable
Maakt het object niet langer interactief.
Make Visible
Maakt het object zichtbaar (maar niet direct interactief).
Show Highlight
Maakt de highlight van het object zichtbaar.
Hide Highlight
Maakt de highlight van het object niet langer zichtbaar.
Reacties
De volgende reacties zijn beschikbaar:
- When Placed On (target)
When Placed On (target)
Deze reactie wordt uitgevoerd zodra het interactieve object op de doel-positie (Collider) is geplaatst.